Naar de inhoud

Essay

De vastgeroeste werknemer bestaat niet. Over wie wél vasthoudt.

Gedeeld Leiderschap

“Die zit hier al twintig jaar, die krijg je niet mee.” Het is een van de hardnekkigste aannames in verandertrajecten, en ze is gemeten. Ze houdt geen stand. Waar vasthouden aan het bestaande wél stevig terugkomt, is een ongemakkelijker plek.

Bij het plannen van een verandering wordt er vaak een lijstje gemaakt. Wie gaat mee, wie moet je overtuigen, en wie ga je waarschijnlijk niet mee krijgen. In die laatste categorie belanden bijna altijd dezelfde mensen: de langst zittende medewerkers.

De redenering erachter heeft twee varianten. Ofwel zijn ze vastgeroest na al die jaren. Ofwel zitten ze in een gouden kooi: te veel verworven voordelen om nog risico te willen nemen.

Allebei zijn ze onderzocht. Allebei houden ze geen stand.

Wat er gemeten is

Kunze, Boehm en Bruch keken in 2013 bij bijna drieduizend werknemers naar het verband tussen jaren dienst en weerstand tegen verandering. Ze vonden er geen. Niet zwak, niet in de verwachte richting: geen enkel verband. Het is de grootste studie die hierover bestaat, en er is geen meta-analyse die iets anders zegt.

Het bredere stereotype dat oudere werknemers moeilijker mee te krijgen zijn, is nog grondiger nagegaan. Ng en Feldman brachten in 2012 vierhonderdachttien studies samen, bij ruim tweehonderdduizend werknemers, en toetsten zes gangbare leeftijdsstereotypes. Er hield er één stand: een geringere bereidheid tot bijscholing.

En zelfs dat ene is geen koppigheid. Wie nog vijf jaar te gaan heeft, maakt een andere afweging over een opleiding van zes maanden dan wie er nog vijfentwintig heeft. Dat is rekenen, niet weigeren.

De gouden kooi ten slotte heeft geen enkele wetenschappelijke onderbouwing als verklaring voor weerstand. Het dichtstbijzijnde bestudeerde begrip, blijven omdat vertrekken te duur is, voorspelt juist het omgekeerde.

Waar het patroon wél terugkomt

Hier wordt het ongemakkelijk. Dezelfde vraag, gesteld over de leiding in plaats van over de medewerkers, geeft een ander antwoord.

Over meerdere studies heen, van Katz in 1982 tot Hambrick en collega’s in 1993, hangt een langere anciënniteit van directeurs en topteams samen met vasthouden aan de status quo, met een slechtere aansluiting tussen strategie en omgeving, en met teams die afgesloten raken van informatie die van buiten komt. Miller noemde het in 1991 treffend: vastgeroest in het zadel.

Waar je het zoekt

Houdt de medewerker met veel jaren dienst de verandering tegen?

Geen verband gevonden

De grootste studie hierover vindt geen samenhang tussen anciënniteit en weerstand. Het bredere leeftijdsstereotype is over honderden studies heen weerlegd.

Waar het zit

En het directieteam dat er al lang zit?

Herhaaldelijk verband

Langere anciënniteit van topteams hangt over meerdere studies samen met vasthouden aan de status quo, en met teams die afgesloten raken van nieuwe informatie.

Samenhang, geen oorzaak. En bedoeld als spiegel: wie lang meedraait kent het huis, en precies daardoor wordt het vertrekpunt vanzelfsprekend.

Dit hoort geen verwijt te zijn, en het is er ook geen. Wie lang meedraait, kent het huis, en precies daardoor wordt het vertrekpunt vanzelfsprekend. Je ziet de aannames niet meer die je zelf gemaakt hebt. Dat overkomt iedereen die ergens goed in wordt.

Maar het verschuift wel waar je moet kijken. De vraag “wie houdt dit tegen?” wordt meestal naar beneden gesteld. Het onderzoek zegt dat ze ook naar boven gesteld hoort te worden.

Wat dan wél voorspelt

Als jaren dienst het niet zijn, wat dan wel? Eén mechanisme blijft overeind: hoeveel iemand persoonlijk te verliezen heeft bij de huidige situatie. Opgebouwde overstapkosten, verworven rechten, investeringen die aan een plek of een rol vastzitten.

Dat is iets anders dan anciënniteit, ook al lopen ze vaak samen. Iemand kan twintig jaar in dienst zijn en weinig te verliezen hebben bij een herontwerp. Iemand kan er drie jaar zijn en net alles op één kaart gezet hebben.

Daar komt bij dat “weerstand” zelf meestal het verkeerde woord is. Reacties op verandering zijn niet voor of tegen. Ze zijn tegelijk cognitief, emotioneel en gedragsmatig, en vaak ambivalent: iemand ziet het nut en heeft er tegelijk een slecht gevoel bij. Piderit beschreef dat in 2000, en Oreg en Sverdlik bevestigden het in 2026.

Wie dat als weerstand leest, leest een afweging als een standpunt. En dan ga je overtuigen waar je had moeten luisteren.

Wat je ermee doet

Vier dingen die hieruit volgen, en die je morgen al kan toepassen.

Schrap anciënniteit uit je inschatting. Het lijstje van wie je wel en niet mee krijgt, wordt meestal op gevoel gemaakt en dat gevoel is aantoonbaar verkeerd geijkt. Vraag in de plaats daarvan per rol wat er concreet verdwijnt: welke taak, welk stuk zeggenschap, welke opgebouwde kennis wordt minder waard.

Stel de vraag ook over je eigen team. Hoe lang zit jullie directieteam in deze samenstelling, en wanneer is er voor het laatst iets van buiten binnengekomen dat het vertrekpunt in vraag stelde? Dat is de enige plek waar het onderzoek het patroon wél vindt.

Behandel twijfel als informatie.Ambivalentie betekent dat iemand iets ziet wat jij nog niet ziet. Wie zegt “ik snap waarom, maar dit gaat botsen met de planning van het najaar”, geeft je gratis een risico dat niet in je plan stond. Dat is de goedkoopste kwaliteitscontrole die er bestaat.

Ontwerp met de mensen die het werk doen. Niet als draagvlaktruc, maar omdat zij zien waar het schuurt. Dat is ook het eerste werkprincipe van deze aanpak, en dit onderzoek is er de onderbouwing van: er valt weinig weerstand te omzeilen, en veel kennis te gebruiken.

Het geheugen dat meespeelt

Eén ding voorspelt wél hoe een aankondiging ontvangen wordt, en dat is hoe de vorige keren zijn afgelopen. Niet hoeveel er al veranderd is, wel hoe goed. Dat is een ander stuk onderzoek, en het staat hier uitgewerkt.

Samen zeggen die twee hetzelfde. Wat er in de zaal gebeurt bij een aankondiging gaat zelden over de mensen die er zitten. Het gaat over wat ze hebben meegemaakt, en over wat ze deze keer te verliezen hebben. Allebei zijn dat dingen die je kan ontwerpen.